DAG 2  van de Maharastra pelgrimsreis met Paramahamsa Vishwananda – bezoek aan Sindhutai Sakpal – de pleegmoeder

Lees meer over deze dag via ‘Following the Master

“Als je doodgaat kun je niets meenemen.”
“Mijn leven is een weg met veel doornen geweest, maar ik ben bevriend geraakt met die doornen en mijn leven werd prachtig.”
~ Sindhutai Sakpal

Het verhaal van Sindhutai Sakpal

Op de jonge leeftijd van 12 jaar trouwde ze met een man van 30 jaar. Ze had 3 zonen tegen de tijd dat ze 20 werd. Ze vocht tegen een man die de dorpelingen uitbuitte en de vrouwen dwong om te werken, zonder dat er iets uitbetaald werd. Sindhutai meldde dit aan de politie die hem liet ophouden met zijn wreedheid. Deze man was zo boos dat hij haar man vertelde dat zij affaires had met andere mannen en dat het kind in de baarmoeder niet van hem was. Hij zei tegen haar man: “Als jij haar niet vermoordt, vermoord ik je.”

Haar man sloeg haar en schopte haar in haar zwangere buik en gooide haar in een koeienstal, zodat de mensen zouden denken dat de koeien haar hadden vertrapt. Toen ze weer bij bewustzijn kwam, zag ze een koe over haar heen staan die haar beschermde tegen het vertrappen. Onder die koe beviel ze van een meisje. Sindhutai sneed haar navelstreng door met een steen die daar lag en toen viel ze flauw. Toen ze weer bij bewustzijn kwam, omarmde ze de koe en beloofde haar: “Zoals jij mij hebt beschermd, zal ik andere mensen die in grote nood zijn beschermen.”

Haar man en de rest van de familie lieten haar aan haar lot over. Nadat ze weer bij bewustzijn was gekomen, ging ze naar haar geboortedorp, maar iedereen ontweek haar en wees haar af. Zelfs haar moeder sloot de deuren voor haar. Sindhutai was alleen op de wereld met haar dochtertje om voor te zorgen. Ze had honger en de baby ook. De honger werd ondraaglijk. Ze wilde zichzelf behoeden voor honger en de slechte manieren van mensen. Ze zocht onderdak in een crematorium. Daar zag ze een lijk branden. De laatste riten waren voorbij en de nabestaanden van de overledenen waren vertrokken. Ze hadden wat meel achtergelaten als onderdeel van de laatste rituelen voor de overleden ziel. Sindhutai nam dat meel, kneedde het en bereidde een bhakari (roti) en bakte het op het vuur dat nog steeds het dode lichaam verteerde.

Omdat ze niet onder deze omstandigheden wilde leven, besloot ze zelfmoord te plegen. Terwijl ze op het spoor lag met haar kind in haar armen, hoorde ze iemand huilen, een kreupele oude man die huilde om voedsel en water. Plotseling voelde ze dat de stem van deze oude man God was die haar herinnerde aan haar hogere doel. Ze ging voor hem bedelen. Later heeft ze zich afgevraagd hoe ze iemand kon helpen, terwijl ze zelf niets en niemand had. Toen zag ze een tak van een boom die een man met geweld had omgehakt. Deze tak gaf haar en haar kind schaduw. Het maakte haar duidelijk: hoezeer ik ook geslagen werd, ik kan nog steeds iets voor anderen doen.

Sindhutai is gezegend met een aangeboren zangtalent. Ze zong en bedelde en voedde zichzelf en haar baby. Ze bezocht tempels, reisde met de trein, bedelde en zong. Vaak werd ze vergezeld door andere bedelaars en ze voedde ook deze bedelaars. Ze ging van de ene plaats naar de andere om te bedelen en te zingen. Maanden en jaren gingen voorbij.

Tijdens haar 4e poging om haar leven op te geven, werd ze gered door niemand minder dan Lord Vitthala. Ze reisde met de trein en de conducteur deelde aan iedereen kaartjes uit, behalve aan haar, nadat hij haar kleding had gezien. De conducteur stapte op de trein en ze ging met hem mee. Hij zei tegen haar: “Ik heb je geen kaartje gegeven” en ze antwoordde: “Ja, dat klopt, je hebt me geen kaartje gegeven.” Plotseling kwam een andere bedelaar langs en die haar een kopje chai aanbood en haar eraan herinnerde dat zij degene was die de avond ervoor zo’n mooie bhajan had gezongen. De bhajan in Marathi was “Oh Heer waar ben je, toon Jezelf aan mij…” Elke keer als ze dat zong, voorzag de Heer haar van voedsel. De rest van de reizigers ergerde zich inmiddels aan haar en ze besloot om uit de trein te stappen. Zodra ze uit de trein stapte, raakte de bliksem de trein en doodde alle mensen in de trein. Ze werd gered door niemand minder dan Vitthala. Vanaf dat moment begon ze te zorgen voor dakloze en verlaten kinderen en werd ze als een moeder voor hen. In totaal heeft ze 1500 kinderen en 1000 kleinkinderen.

Ooit kwam er een oude man naar het weeshuis. Hij was ziek en dakloos. Na een tijdje besefte ze dat het haar ex-man was. In een interview zei ze: “Wat het meest betekend heeft in mijn leven, was het feit dat ik hem heb vergeven en hem onderdak heb gegeven. Ik beschouw alle moeilijkheden in mijn leven als een geschenk om mij kracht te geven, zodat ik een verschil kan maken voor anderen.” Ze beschouwt het allemaal als een Genade van God. Ze vervolgt: “Mijn leven is een weg met veel doornen geweest, maar ik ben bevriend geraakt met die doornen en mijn leven is prachtig geworden, en jullie kunnen zoveel mensen schoonheid brengen.”

Guruji bezoekt Sindhutai Sakpal