Op het terrein van Shree Peetha Nilaya, de ashram van Paramahamsa Vishwananda, staat een tempel voor Panduranga en Rukmini. Welk verhaal schuilt achter deze vorm van Krishna? Lees hier het verhaal, zoals dit door Paramahamsa Vishwananda is verteld.
Pundalik, hoe de Panduranga Leela begon….
Op een dag zat Krishna in Dwarka te peinzen. En terwijl Hij nadacht, zei Hij tegen Rukmini: „Ik voel me hier niet zo gelukkig.“ Rukmini zei: “Maar je hebt hier alles. Waarom ben je dan verdrietig? Je hebt al je duizenden vrouwen, je koninginnen. Wat maakt je verdrietig?”
Hij was stil en zei niets meer, maar ging naar Satyabhama en zei hetzelfde: “Satyabhama, ik denk erover Dwarka te verlaten.“ En Satyabhama zei: “Je hebt alles, Dwarka is zo mooi, waarom wil je weggaan? Nou, ik ga niet met je mee. Ik blijf en jij gaat maar waarheen je wilt.“
Krishna bleef dus maar overwegen hoe Hij deze Leela zou uitvoeren. Toen vroeg Hij Narada Muni. Narada Muni zei: “Oké, luister…er is één ding: in Uw mind is Radharani, dus U zult moeten doen wat ik U zeg te doen. Als U wilt dat deze Leela plaatsvindt, moet U luisteren.’
Dus wat gebeurde er? Omdat Narada Bhakti is en Srimati Radharani ook Bhakti is, nam Narada de verschijning van Srimati Radharani aan en betrad het paleis van Rukmini. Daar stond Radha naast Krishna en toen Rukmini dat zag, werd ze erg boos en jaloers. Zij deed er alles aan om Krishna te behagen en vervolgens denkt Krishna alleen maar aan Radha. En zie je, voor een koningin is Radharani gewoon een koeherderinnetje. Ze is niets, weet je. [De vrouwen] zijn allemaal koninginnen, prinsessen, Radharani stelt voor hen niets voor. Zij kennen de grootsheid van Srimati Radharani niet. Na [deze Leela] zullen ze het weten.
Toen Rukmini ze samen zag, verliet ze woedend het paleis. En dat is wat Krishna eigenlijk wilde, opdat de Leela uitgevoerd kon worden, moest ze vertrekken. De reden dat Hij vertrok had alleen maar tot doel om Genade te schenken aan een van Zijn devotees: Pundalik.
Rukmini vertrok dus en ging de jungle in op de landerijen van haar familie, en Krishna deed alsof Hij niet wist waar ze was. Maar om die Leela te doen plaatsvinden, ging Krishna naar Shiva en zei tegen Shiva: “Luister, ik ga deze Leela niet alleen uitvoeren. Ik wil jou naast mij hebben.”
Daarom is de kroon van Panduranga Shiva. Daarom bestond er gedurende lange tijd grote verwarring: is Panduranga Krishna of is Hij Shiva, omdat Hij een Shivaling op Zijn kroon heeft? Maar in werkelijkheid wilde Shiva zo graag de Leela met Hem meemaken, waardoor Krishna naar Hem toe ging en zei: “Kom met me mee, maar kom als mijn kroon.“
De grootsheid van Srimati Radharani
Krishna ging op zoek naar Rukmini en natuurlijk kalmeerde Rukmini hierdoor. Ze keerden terug en toen wilde Ze de grootsheid van Radharani leren kennen.
Op een keer gebeurde het dat Rukmini heet voedsel opdiende en het aan Radharani gaf. Radha nam het gewoon aan, maar verbrandde Haar hand niet. Toen zag Rukmini de hand van Krishna en Krishna’s hand was verbrand. Op dat moment realiseerde ze zich dat Krishna en Radha één zijn; ze zijn niet van elkaar gescheiden. Haar boosheid en alles verdween en ze besefte hoe groot Radharani is.
Daarom prijst Krishna de hele tijd Radha. Eigenlijk prijst Hij die devotie die Radharani voor Krishna had. Zie je, Radha was zo toegewijd, dat Ze niet aan Zichzelf dacht, maar alleen aan Krishna, terwijl alle koninginnen alleen maar aan zichzelf dachten. Zelfs als ze toewijding hadden, dachten ze: Hoe kan ik gelukkig worden om Hem gelukkig te maken?‘ Zie je, dat is een groot verschil met: ‘Hoe kan ik Hem gelukkig maken, terwijl ik mezelf vergeet?‘ Er is een groot verschil tussen die twee. Hun geluk kwam op de eerste plaats. Dat is het verschil tussen de koninginnen en Radharani.
Op dat moment werd dit Rukmini duidelijk. Maar toen ze dat besefte, werd Radha ook een deel van haar. Daarom wordt in de arati die we zingen gezegd: ‘Je bent getrouwd met Rukmini en Je bent ook getrouwd met Radha.’ ‘Rukmini vallabhā rāīcyā vallabhā’, ‘rāīcyā’ is Radha.
Maar nu komen we bij de Leela van Panduranga, die eigenlijk Krishna’s Leela is, aangezien Panduranga een van de meest genadige vormen is. Hij ging vanwege de devotee. Hij ging er niet alleen voor Rukmini heen, maar vooral voor Pundalik.
Pundalik gaat op pelgrimsreis
De heilige Pundalik was niet altijd een heilige. Hij was iemand die mensen in het bos overviel, net zoals Valmiki. Maar hij diende zijn ouders, zijn vader en moeder. Hij hield heel veel van zijn moeder en zijn vader en hij diende hen, maar tegenover ieder ander was hij erg wreed.
Op een dag trouwde hij. Op het moment dat hij trouwde veranderde zijn houding ten opzichte van zijn ouders volledig en werd hij wreed tegenover hen. Hij pijnigde ze en gaf ze niet eens te eten. De ouders kregen er genoeg van en zeiden: „Luister….“. Ze kenden geen levensvreugde waar ze waren en besloten daarom op pelgrimsreis naar Kashi te gaan, want Kashi is een zeer heilige plaats. Dus zeiden ze tegen hun zoon: “We gaan met de pelgrims naar Kashi.”
Toen de zoon dat hoorde, vertelde hij dat aan zijn vrouw en die zei: “Oké, wij gaan ook naar Kashi.” Pundalik en zijn vrouw gingen te paard en dwongen hun ouders te lopen. De ouders liepen dagenlang en als ze ‘s nachts stopten, moesten ze de dieren voeren en zo verder. Het pijnigen ging dus gewoon door. Ze hadden er zoveel spijt van dat ze op bedevaart waren gegaan… “Oh, mijn hemel, waarom hebben we besloten om op pelgrimstocht te gaan?” Weet je, elke keer als ze stopten om te overnachten, was het verschrikkelijk voor de ouders.
Uiteindelijk kwamen ze bij een ashram van een wijze, genaamd Kukkut Rishi, en ze besloten daar een paar dagen te blijven. Die nacht in de ashram van Kukkut Rishi kon Pundalik niet slapen en vroeg daarom aan de rishi: “Waar is Kashi?”
De rishi zei: “Ik weet het niet.”
Pundalik zei: „Hè? Hoezo weet u dat niet? U bent zo’n grote persoonlijkheid, u wordt als een heilige vereerd, hoe komt het dat u niets van Kashi weet?“
De rishi zei: „Nou, ik weet niets over Kashi, omdat ik er niet naartoe hoef. Weet je, als je iets wilt weten, moet je die behoefte hebben.“ Hij had geen behoefte om daarheen te gaan. Hij zei: „Ik ben in mijn ashram, ik hoef nergens heen.”
Die nacht, diep in de nacht, kon Pundalik niet slapen en vroeg zich af: ‘Wat is dat voor iemand? Weet je, iedereen weet waar Kashi is, zo’n heilige plaats, waarom weet hij dat niet? Pundalik dacht dat hij vast iets gemist had. Terwijl hij dit dacht, zag hij ineens drie mooie dames voor zich, die echter vodden en vuile kleren droegen. Ze kwamen in de ashram van de rishi en begonnen die schoon te maken. Hij was geschokt en dacht: “Hoe komt het dat deze vrouwen eruit zien alsof ze uit hoge kringen komen en dat ze dan de ashram van zo’n heilige, zo’n Guru schoonmaken? Ook nog eens zo laat op de avond?’ Hij ging naar bed en dacht daarover na.
De volgende dag gebeurde het opnieuw. En de derde nacht weer: Pundalik zag ze naar binnen komen, de ashram schoonmaken, alles op orde brengen, daarna zag hij hen een kamer ingaan en er heel mooi uitkomen met heel elegante kleding, sieraden en alles en toen de ashram verlaten. Hij was geïntrigeerd. Elke avond hetzelfde schouwspel. Wie waren die dames?
Het geheim achter Pundalik’s Transformation
In de derde nacht ging Pundalik naar hen toe en zei: “Alsjeblieft, kunnen jullie mij vertellen wie jullie zijn en waarom jullie de ashram elke avond schoonmaken?“
Toen zei de eerste: “Ik ben Ganga.” De tweede zei: “Ik ben Yamuna.” En de derde zei: “Ik ben Saraswati.” De drie heilige rivieren: Ganga, Yamuna en Saraswati. Zij zeiden: „We komen hier, omdat iedereen die naar ons toe komt zijn zonden in ons wast, en wij komen hier om de zonden van alle mensen te reinigen door Kukkut Rishi te dienen.“
Toen vroeg Pundalik: “Maar waarom?” Weet je, hij dacht: ‘Wow! Dit is een man die niet eens weet waar Kashi is, maar toch komen Ganga, Yamuna en Saraswati Zelf naar hem toe.” Hij vroeg zich af: ‘Waarom is hij zo bijzonder?’
Toen vertelden Ganga, Yamuna en Saraswati dat Kukkut Rishi zo’n geweldig persoon was en zo’n hoge mate van spiritualiteit bereikt had alleen maar door zijn ouders te dienen, niets anders. Hij diende niemand anders, alleen zijn ouders. Daarmee had hij zoveel punya verzameld dat Ganga, Yamuna en Saraswati hem kwamen dienen. En door hem te dienen, zuiveren ze de onzuiverheden en zonden van alle mensen die in hen een bad nemen.
Toen hij dat hoorde, was Pundalik geschokt. Hij begon zijn fout te beseffen. Hij besefte wat hij zijn ouders had aangedaan. Vanaf die dag was hij innerlijk volledig getransformeerd. Hij begon zijn ouders met Nivrita Bhakti, eenpuntige devotie, te dienen. De volgende dag zaten de ouders dus op het paard en liepen man en vrouw erachter. Ze gingen naar Kashi, bezochten alle heilige plaatsen en keerden terug naar hun plaats in Pandarpur.
Panduranga komt om te blijven
Hier bezoekt Lord Krishna Pundalik. Bhagavan Krishna kwam naar de deur en riep hem: “Pundalik!” Op dat moment was Pundalik druk bezig zijn moeder en vader van dienst te zijn.
Dus Pundalik zei: „Bhagavan, wacht u alstublieft.” Toen nam hij een baksteen die daar lag, gooide die naar buiten en zei: „Gaat u maar op die baksteen staan, ik kom eraan.”
Na enige tijd, nadat hij zijn ouders had gediend, kwam Pundalik naar buiten, boog zich neer voor Panduranga, voor Krishna, en zei: “Heer, vergeef me, ik diende mijn ouders.”
Bhagavan was zo geraakt door zijn devotie dat Hij hem vroeg: „Wat wil je?“
Toen hij deze prachtige vorm van de Heer op een steen zag staan, zei hij: „Bhagavan, ik wil graag dat U hier voor altijd blijft staan.“
Zo manifesteerde de Heer Zijn beeltenis. Buiten verscheen er van Hem, een deity van Panduranga, staand op een baksteen. Dit is de deity die je in Pandarpur kunt zien. Het is geen gebeeldhouwde murti, het is een swayambu, een zelfgemanifesteerde deity. En een andere naam voor Hem is Vithoba, wat betekent ‘de Heer die op de baksteen staat’.
Weet je, zulke kansen herinneren je ook aan je spirituele pad. Vaak zie je je leven helemaal opnieuw. Een tweede leven is niet alleen als je bent genezen van een bepaald traumatisch ongeluk of een ziekte, en je een tweede leven hebt gekregen. Een tweede leven is ook wanneer je je spirituele weg vindt; wanneer je je oude manier van leven opzij zet en zegt: “Ik ben een nieuw persoon.” Dit is ook een tweede leven. Het hoeft niet persé een herinnering op een drastische en vreselijke manier te zijn.
Dus zie je, een tweede geboorte of een herinnering aan het leven komt op vele manieren. Voor sommigen komt het op een zeer schokkende manier, maar anderen worden er door de Guru en de heiligen aan herinnerd. Je moet het leven zelf echter waarderen en beseffen hoe kostbaar het is, en waarom God het leven heeft gegeven: alleen om Hem te kunnen bereiken. Deze realiteit zal eindigen, maar je relatie met Hem eindigt niet. Je herinnert je het misschien niet, maar Hij herinnert Zich wel.
Daarom stuurt Hij van tijd tot tijd Zijn visitekaartjes!
Jai Gurudev
Paramahamsa Sri Swami Vishwananda, april 2019

